ONZE DIEREN Kuifkrielen
Dit ras is terecht het vlaggenschip onder de Nederlandse hoenderrassen. Op vele tentoonstellingen openen deze hoenders de rijen. Bewondering is er van zowel fokkers als gewone toeschouwers. Immers, een contrastrijker hoen dan de zwarte witkuif bestaat niet. De opvallende kleurcontrasten worden versterkt door de grote kuif van deze hoenders. Deze kuif staat op een knobbel, een bolvormige ronding op het schedeldak. Bij de hennen is de kuif bolrond, bij de hanen is de kuif, als gevolg van een andere structuur van de veren, meer afhangend. Hoewel een grote kuif wordt gevraagd moet er wel altijd sprake van zijn dat de ogen vrij zicht hebben.

Naast grote kuifhoenders bestaan er ook kuifhoen krielen. Volgens oude gegevens zouden deze al in 1797 hebben bestaan, maar pas in 1917 werden de eerste kuifkrielen getoond op een tentoonstelling. De Hollandse kuifhoenders zijn erkend in een aantal kleurslagen. De meest bekende en meest voorkomende is de zwarte witkuif. 

Daarnaast bestaan er witkuiven in de kleuren koekoek, blauw gezoomd, wit en zwartbont. Verder bestaan er kuifhoenders in krulveer. Niet in de laatste plaats zijn er nog, in zeer bescheiden mate, witte zwartkuifhoenders. De krielen zijn in dezelfde kleurslagen erkend. Kuifhoenders zijn sierlijke en aanhankelijke hoenders die een goede legproductie kennen en daarbij nauwelijks broeds worden. Wel vereisen zij meer aandacht dan een "gewone kip". Door de grote kuif vragen zij een schuilgelegenheid bij regenachtig weer. Diezelfde kuif vraagt regelmatige controle op ongedierte. Niettemin, eenieder die deze extra aandacht wil geven krijgt een zeer dankbaar hoenderras in de hokken.


Mechelse koekoek
Dit reuzenhoen werd in de buurt van Mechelen gefokt uit verschillende grote kippenrassen. Mannetjes kunnen 5 kilo wegen. De naam koekoek verwijst naar de koekoekskleurige veren. Kenmerkend aan deze kip zijn de donsachtige veren, de stevige, vaak bevederde poten, de witte snavel en de brede, stevige kop.
Het vrouwtje van de Mechelse koekoek legt gemiddeld elke 3 dagen een flink ei.

Zie ook www.mechelsekoekoek.com


Brahma haan
Dit ras is ontstaan aan de oevers van de Brahma-Pootra, een rivier in Azië. Vanaf 1852 werden zij, dankzij hun goede eigenschappen verspreid in Europa.
De Brahma is in zijn majestueuze verschijningsvorm met recht de koning onder de hoenderrassen, ze behoort tot de groep reuzenrassen, samen met de Cochin en Langshan.

De Brahma is degene die het best bestand en beschermd is tegen koudere winterse omstandigheden. Dit komt door de rijke donzige bevedering, de been- en voetbevedering welke de tenen aan de buitenkant afdekken en door zijn relatief kleine kopversierselen (kam en kinlellen) die minder vatbaar zijn voor bevriezing.

Het karakter van de Brahma's kunnen we zonder meer vriendelijk noemen, de aaibaarheidsfactor is groot, in de tegenwoordige tijd zeker van belang. Van jongs af aan gewend aan mens en dier is het een genoegen om met deze dieren om te gaan. De agressie van de hanen komt maar sporadisch voor, en is dan meestal dan nog een gevolg van een verkeerde behandeling.


Rottweiler
De Rottweiler werd in de Middeleeuwen veelvuldig in en rond de rijksstad Rottweil als herdershond en veedrijver gebruikt maar ook voor de berenjacht, omdat het een sterke hond is. Van deze Duitse Rijksstad Rottweil kreeg hij zijn naam: Rottweiler slagershond. De veehandelaren (slagers) fokten deze honden alleen op prestatie en bruikbaarheid voor het werk. Zo ontstond in de loop van de tijd een uitstekende herders- en veedrijvershond, die ook als trekhond gebruikt werd.

Toen men in het begin van de twintigste eeuw hondenrassen zocht voor de politiedienst, werd ook de Rottweiler daarvoor getest. Al snel bleek dat de hond voor de opgaven in politiedienst gesteld, bijzonder geschikt was. In het jaar 1910 werd hij dan ook officieel als politiehond erkend.

De Rottweilerfok streeft naar een zeer krachtige hond zwart met roodbruine duidelijk begrensde aftekeningen, die ondanks een stoere verschijningsvorm toch adel bezit en die bijzonder geschikt is als geleideverdediging- en gebruikshond.


Volbloed Arabieren
Een Arabisch Volbloedpaard, ook wel 'Arabier' genoemd is een paardenras uit onvermengde, zuivere bloedlijnen (rasfokkerij) die allen hun oorsprong vinden bij de bedoeïenen in de woestijn op het Arabisch schiereiland. Het ras is zeker meer dan vijfduizend jaar oud.

Zoals kan worden verwacht van een dier dat zich eeuwenlang in de woestijn heeft weten te handhaven, beschikt de Arabier over een groot weerstand- en uithoudingsvermogen. Volgens de Arabische volkeren schiep Allah dit paard uit een ademteug zuidenwind. Mohammed droeg de nomadenstammen op het ras zuiver te houden. De oude Grieken waren ervan overtuigd dat de zeegod Poseidon het dier met een klap van zijn drietand uit de golven van de zee had getoverd.

Een hoge intelligentie en een vurig karakter zijn de kenmerken van een Arabische volbloed. De Arabier is een gevoelig dier. De gebruiker moet eerst zijn vertrouwen winnen, waarna het paard alles voor hem wil doen. Zijn grote uithoudingsvermogen heeft hij overgehouden aan zijn geschiedenis als woestijnbewoner.
Zie ook www.avsweb.nl en ons kopje Endurance.


Welsh Mountain pony
De Welsh pony is een heel oud ras, dat bij de Romeinen al bekend was. De Welsh pony wordt verdeeld in verschillende secties, A, B, C en D sectie. Welsh Mountain Pony sectie A  (schofthoogte tot 121,9 cm.) Dit is de oude harde Welsh pony uit de bergen van Wales. Doelgericht fokken heeft er voor gezorgd dat dit één van de mooiste pony's ter wereld is. De Romeinen en later Engelse fokkers zelf hebben er voor gezorgd dat er Arabisch bloed door de aderen van de Welsh stroomt. Dit is duidelijk zichtbaar in het edele hoofd van de Welsh, met veel Arabische trekken. Maar toch heeft de Welsh altijd zijn ponyachtige uiterlijk behouden.

Zie ook www.nwpcs.nl
 
DOOR Communicatie & Vorm